De kosten van energie: wat is de slimste keuze?

Blog #09 Ad Watt

3 juni 2025
Energie is iets waar we zelden bij stilstaan. Het is er altijd, vanzelfsprekend. Maar zodra het over de energietransitie gaat, worden de meningen verdeeld. Iedereen wil schone en betaalbare energie, maar wat dat precies betekent, hangt sterk af van wie je het vraagt. Sommigen zweren bij kernenergie, anderen geven de voorkeur aan wind op zee.
Toch wordt één vraag opvallend weinig gesteld: wat kost het eigenlijk?

Bij de energietransitie worden meestal vier soorten energiebronnen genoemd:

  1. Grondgebonden zonnepanelen
  2. Windturbines op land
  3. Windturbines op zee
  4. Kerncentrales

Andere bronnen, zoals waterkracht, spelen in Nederland nauwelijks een rol vanwege het vlakke landschap. Biogas nemen we hier niet mee, omdat het primair gas oplevert in plaats van direct elektriciteit. Hoewel biogascentrales stroom kunnen produceren, is de bijdrage ervan beperkt en minder relevant voor een directe vergelijking tussen elektriciteitsbronnen.

Om de kosten en opbrengsten inzichtelijk te maken, kijken we naar de investeringskosten (CAPEX) en de jaarlijkse energieproductie. De initiële kosten geven een indicatie van de investering, maar uiteindelijk is de hoeveelheid opgewekte energie bepalend voor de rendabiliteit. CAPEX omvat de bouw- en installatiewerkzaamheden, terwijl de opbrengst wordt uitgedrukt in vollasturen: het aantal uren per jaar dat een installatie op vol vermogen kan draaien onder optimale omstandigheden.


Wat kosten verschillende installaties in de praktijk?

De aanlegkosten per kW laten zien hoeveel het kost om een bepaalde hoeveelheid opwekkingscapaciteit te bouwen. Hieronder enkele voorbeelden van de bouwkosten van verschillende energiebronnen:

  • Windturbine op land (3 MW): €3,75 miljoen (€1250 per kW)
  • Windturbine op zee (6 MW): €21 miljoen (€3500 per kW)
  • Kerncentrale (1000 MW): €8 miljard (€8000 per kW)

Dit zijn alleen de bouwkosten. De uiteindelijke kosten hangen ook af van exploitatie, onderhoud en levensduur.


Waarom zijn vollasturen belangrijk?

Niet elke energiebron produceert continu op vol vermogen:

  • Zonnepanelen werken alleen overdag en leveren in de winter veel minder stroom.
  • Windturbines zijn afhankelijk van de windsterkte en draaien niet altijd op maximale capaciteit.
  • Kerncentrales kunnen vrijwel het hele jaar door op vol vermogen draaien.

Om energiebronnen eerlijk te vergelijken, gebruiken we vollasturen. Dit geeft aan hoeveel uur per jaar een installatie op volle capaciteit werkt en dus hoeveel elektriciteit die werkelijk levert.

Voorbeelden:

  • Een windturbine op land van 3 MW met 2500 vollasturen per jaar

→ levert 7,5 GWh elektriciteit per jaar (3 MW × 2500 uur).

  • Een kerncentrale van 1000 MW met 8000 vollasturen

→ levert 8.000 GWh per jaar (1000 MW × 8000 uur).

Dit laat zien dat een kerncentrale veel meer elektriciteit produceert dan een windturbine, maar ook dat de bouw- en investeringskosten vele malen hoger zijn.


Welke energiebron is het meest kostenefficiënt?

Bij de keuze voor een energiebron draait het niet alleen om wat technisch mogelijk is, maar ook om wat het kost. De aanlegkosten verschillen sterk per technologie. Hieronder een overzicht van de aanlegkosten per kW vermogen en het aantal vollasturen per jaar – een maatstaf voor hoeveel uren per jaar een installatie op vol vermogen draait.

Energiebron Aanlegkosten (€ per kW) Vollasturen (per jaar)
Grondgebonden zonnepanelen 900 1000
Windturbines op land 1250 2500
Windturbines op zee 3500 5000
Kerncentrales 8000 8000

Als we kijken naar de kosten van elektriciteitsopwekking, dan kunnen we deze informatie vinden in een rapport van de investeringsbank Lazard. Deze wereldwijde financiële organisatie publiceert jaarlijks een overzicht van de kosten van verschillende energiebronnen onder de naam Levelized Cost of Energy (LCE). Dit rapport geeft inzicht in de gemiddelde kosten per MWh over de volledige levensduur van een installatie, inclusief bouw, onderhoud en sloopkosten.

Hieronder staan de kosten per kWh voor verschillende vormen van energieopwekking in 2024:

  • Zonneparken: 2,90 – 9,20 ct/kWh (gem. 6,05 ct/kWh)
  • Wind op land: 2,7 – 7,3 ct/kWh (gem. 5,00 ct/kWh)
  • Wind op zee: 7,4 – 13,9 ct/kWh       (gem. 10,65 ct/kWh)
  • Kerncentrales: 14,2 – 22,2 ct/kWh     (gem. 18,20 ct/kWh)

De bedragen in het Lazard-rapport zijn in Amerikaanse dollars. Voor het gemak is hier uitgegaan van een gelijke koers tussen de dollar en de euro, omdat het verschil momenteel maar een paar cent is.

Wat verder opvalt in het rapport, is dat de kosten voor zonne- en windenergie al jaren dalen, terwijl de kosten voor kernenergie juist stijgen. Uit aanvullend onderzoek blijkt dat beleggers zonne- en windenergie als relatief laag-risico beschouwen, terwijl kernenergie juist als risicovol wordt gezien. Dit komt vooral door de hoge kosten van steeds strengere veiligheidsmaatregelen en de opslag van radioactief afval. Hoewel de brandstofkosten van kernenergie slechts een paar cent per kWh bedragen, worden de totale kosten hierdoor flink opgedreven.

Samenvattend laten de cijfers zien dat wind op land op dit moment de goedkoopste manier is om elektriciteit op te wekken, gevolgd door zonneparken.


Projectie op Rijssen-Holten

Grote kerncentrales zijn extreem duur om te bouwen, met kosten die kunnen oplopen tot tientallen miljarden euro’s. Daarom pleiten sommigen voor kleine modulaire reactoren (SMR’s), die flexibeler zouden zijn en per stuk goedkoper in aanleg. Ze kunnen in kleinere eenheden worden gebouwd en mogelijk sneller worden ingezet.

Ter vergelijking: in een eerdere blog zagen we dat Rijssen-Holten jaarlijks 536 GWh aan elektriciteit en gas verbruikt, wat neerkomt op een gemiddeld continu vermogen van 63 MW. Kleine kernreactoren worden vaak genoemd als oplossing voor regionale energievoorziening. Een veelgebruikt voorbeeld zijn de reactoren op Amerikaanse vliegdekschepen, die doorgaans een vermogen hebben van 105 MW – genoeg om een regio zoals Rijssen-Holten van stroom te voorzien.

Toch blijven de kosten per kW hoog: zo’n 8000 euro, vergelijkbaar met die van grote kerncentrales. Dit komt doordat de kosten bij kernenergie niet zozeer in de schaalgrootte zitten, maar vooral in de complexe technologie, de veiligheidssystemen en de strenge regelgeving. Deze kosten blijven grotendeels gelijk, ongeacht de grootte van de reactor. Voor Rijssen-Holten zou een SMR een investering van ongeveer 800 miljoen euro vergen. Zelfs als de kosten door seriebouw en modulariteit zouden halveren, blijft het een forse investering.

Daarnaast bevinden SMR’s zich nog in de ontwikkelingsfase. Hoewel er wereldwijd enkele operationele reactoren zijn, worden deze vooral gebruikt voor militaire toepassingen, zoals in onderzeeërs en vliegdekschepen. De kleinere kerncentrales waarover wordt gesproken, variëren in vermogen tussen 170 en 470 MW. Dat laatste komt overeen met de kerncentrale in Borssele. Wat men als ‘klein’ beschouwt, blijkt dus in de praktijk net zo groot als de enige kerncentrale die Nederland momenteel heeft.


Nieuwe ontwikkelingen

Kerncentrales hebben een hoog aantal vollasturen en kunnen veel energie leveren, maar de bouwkosten blijven een grote drempel. Dit geldt zeker voor de nieuwste variant: kleine modulaire reactoren (SMR’s).

SMR-initiatieven worden vaak als veelbelovend gepresenteerd, maar geen van deze reactoren is op korte termijn inzetbaar. Het is onzeker of ze op tijd een grote rol kunnen spelen in de huidige energietransitie. De verwachting is dat het nog minstens tien jaar duurt voordat ze grootschalig op de markt komen. Bovendien blijft de vraag of we bereid zijn de hoge kosten te betalen, want ondanks technologische vooruitgang blijft de kostprijs per opgewekte kWh relatief hoog.

Sommige experts denken dat SMR’s pas goedkoper worden als er tienduizenden worden gebouwd. Ter vergelijking: wereldwijd zijn er op dit moment nog geen 500 kerncentrales operationeel. Ondertussen blijven de kosten van windenergie dalen door innovaties. In China worden inmiddels windturbines geproduceerd met een vermogen van 20 MW en turbinebladen van, schrik niet, 150 meter lang. Er wordt zelfs al gesproken over turbines van 26 MW. Ter vergelijking: de mogelijk geplande windturbines in Holten hebben een vermogen van ‘slechts’ 8 MW – en dat vinden we in Nederland al groot.


Conclusie

De kosten en opbrengsten van energiebronnen lopen sterk uiteen. Uit de vergelijking blijkt dat windturbines op land momenteel de meest kostenefficiënte optie zijn voor grootschalige elektriciteitsproductie. Kerncentrales en kleine modulaire reactoren (SMR’s) kunnen veel energie leveren, maar vereisen enorme investeringen en zijn voorlopig geen haalbare oplossing voor regio’s zoals Rijssen-Holten. Hoewel SMR’s mogelijk unieke voordelen bieden, bevinden ze zich nog in de ontwikkelingsfase. Ondertussen blijven de kosten van wind- en zonne-energie dalen, waardoor ze steeds aantrekkelijker worden.

Voor nu lijkt de beste strategie een mix van hernieuwbare energiebronnen, waarbij wind en zon de hoofdrol spelen en andere technologieën slechts een aanvullende functie hebben.

_________
Meer weten?

Wil je meer van dit soort inzichten? Word lid van onze energiecoöperatie en abonneer je op onze nieuwsbrief. Zo ben je altijd op de hoogte en ontvang je regelmatig nieuwe Ad Watt blogs over slimme energie, kostenbesparing en duurzame keuzes!

Over Ad Watt
Techniek en cijfertjes: dat is waar Ad Watt energie van krijgt. Namens onze energiecoöperatie Holtenergie schrijft hij blogs over uiteenlopende technieken om de energietransitie vorm te geven en wat dat voor jou persoonlijk betekent.

Heb je een vraag voor Ad Watt? Mail dan naar adwatt@holtenergie.nl